I. De Bal
II. Buitenspel
III. Sex, drugs and Soccerol

Deel 2 - Buitenspel

Ziehier één van de nieuwste reclameslogans van Canal+, te bewonderen zo’n tien meter voor de inkompoort van het Vandenstock-stadion - een stadion waar de arbiter wel eens meerdere fouten ‘niet ziet’; maar daar gaat het hier niet over. Voor de scheidsrechters is dit geen flatterende reclameboodschap. Meer en meer wordt vanuit wetenschappelijke hoek opgemerkt dat de scheidsrechters tijdens een voetbalwedstrijd een te zware taak te vervullen hebben. Het is immers een feit dat een scheidsrechter onmogelijk alle dingen in het oog kan houden die hij, om 100% correct te fluiten, in het oog zou moeten houden.

Eén van de experten op dit vlak, professor Helsen van de KULeuven die instond voor de scheidsrechteropleidingen naar aanloop van het WK, berekende dat scheidsrechters op topniveau in een wedstrijd twaalf tot vijftien kilometer afleggen, 1.300 keer veranderen van beweging en tweehonderd beslismomenten meemaken.

Vooral wanneer het gaat over buitenspelbeslissingen, staan scheids- en lijnrechters voor een schier onmogelijke opdracht. We trachten hier een overzicht te geven van de buitenspelval en de consequenties voor de scheidsrechter. Om de discussie vorm te geven, schetsen we even de geschiedenis van de buitenspelval en de reglementering zoals die nu is. De geschiedenis van het buitenspel wordt overigens ook opgenomen in scheidsrechterscursi zodat zij beter begrijpen wanneer buitenspel te bestraffen en waarom. Voorts zullen we even ingaan op hoe correct een lijnrechter wetenschappelijk gezien buitenspel kan vlaggen. Daarna komt dan een korte discussie aan bod over hoe men, o.a. door gebruik van moderne technologie, de scheidsrechterlijke problemen kan oplossen en waarom dit nog niet zo simpel ligt bij de FIFA en andere instanties. Tenslotte gaan we even kort in op onderzoek naar beïnvloeding van de scheids door verscheidene externe factoren.

a) Geschiedenis van de buitenspelval

Buitenspel is ouder dan sommigen denken. Van zodra men begon met het opstellen van algemene regels waren primitieve vormen van buitenspel aanwezig (merk hierbij op dat er in de 19e eeuw geen eenduidig en algemeen erkend voetbalreglement was). Zo lezen we in de 10 regels van het voetbal, opgesteld door Rev. J.C. Thring in 1860, Master aan de Uppingham School:

Rule 9: A player is ‘out of play’ immediately he is in front of the ball and must return behind the ball as soon as possible. If the ball is kicked by one of his own side past a player who is out of play, he may not touch it, kick it or advance it, until one of the other side has first kicked it, or one of his own side, having followed it up, has been able, when in front of him, to kick it.

In 1870 bracht de FA in Engeland een gestandaardiseerd reglement uit voor Engeland, met daarin een gewijzigd buitenspelconcept:

Law 6: Defines ‘out of play’ as player being nearer opponent’s goal line than the ball unless there are three opponents between the player and the goal.

Vanaf dan werd elke 10 jaar wel iets veranderd aan het buitenspelreglement, waarvan de belangrijkste gebeurtenissen zijn:

  • 1907: Men kan niet buitenspel staan op de eigen helft
  • 1925: ‘three opponents’ worden ‘two opponents’
  • 1938: Buitenspel wordt officieel Law11 voor de hele wereld
  • 1978: Op aangeven van de FA Wales wordt Law11 grondig gewijzigd: er wordt een onderscheid gemaakt tussen ballen die van teamgenoten komen en ballen van de ploeggenoten. Er wordt vanaf nu gekeken naar het moment waarop de bal gespeeld wordt.
  • De jaren ’90: gelijk staan is geen buitenspel, het positiespel doet zijn intrede en Law11 wordt zoveel mogelijk gesimplificeerd.

b) De reglementering

Eén van de op café meest gebruikte tests om te zien of iemand voetbalkenner is, bestaat erin de persoon in kwestie in een zo kort mogelijke tijd de basis van de buitenspelval te laten uitleggen aan iemand die er niet vertrouwd mee is. Ik stel voor dat u even een poging doet en dan vergelijkt met de alomgekende ‘Law 11’ van het officiële FIFA-reglement, terug te vinden in Figuur 1.

Desalniettemin liggen de zaken niet zo eenvoudig als weergegeven in deze reglementering. Wanneer u Law11 doorneemt, merkt u immers al meteen een eerste hekel punt aan de buitenspelregel: er wordt een beroep gedaan op een beoordeling van een situatie: of buitenspel wordt gefloten of niet, hangt af van de interpretatie van de scheidsrechter – bijvoorbeeld: men gaat ervan uit dat deze beslist of een speler die in een buitenspelpositie staat, ook daadwerkelijk voordeel haalt uit zijn positie. Dit geeft aanleiding tot wat men in het algemeen het positiebuitenspel noemt: indien bijvoorbeeld de bal op rechts wordt doorgestuurd naar een medemaat en iemand staat links in een buitenspelpositie, dient de scheidsrechter geen buitenspel te fluiten. Nu kan men uiteraard ettelijke situaties bedenken waar de interpretatie van de scheids belangrijk kan zijn, of waar men Law11 (en soms meerdere andere regels) door en door moet voor kennen om de juiste beoordeling te maken. Lees hem nog eens door en probeer dan, zonder spieken, op volgende vraagjes te antwoorden... de antwoorden staan ONDER de figuren.

  1. Koen Houtmeyers, de laatste verdediger van FC VILv, heeft de bal. Piet Friet van VK Wakkerzeel staat in een buitenspelpositie. Koen trapt de bal naar voor, tegen de knie van Pat Patat van VK Wakkerzeel. De bal belandt bij Piet Friet. Buitenspel of niet?
  2. Koentje en Pierre zetten een aanval op. Koentje gaat diep, maar Pierre houdt de bal nog even bij. Koentje en de verdediger die hem dekt staan nu bijna op de achterlijn. De verdediger heeft een lumineus idee. Net voor Pierre wil passen op Koentje gaat hij achter de achterlijn staan zodat hij buiten het terrein staat en Koentje in buitenspelpositie komt. Pierre passt. Fluit de scheidsrechter offside?
  3. Spurtbom Pieter trekt mee ten aanval. Wanneer Nico een schot lost van ver, volgt Pieter de bal richting doel. In al zijn enthousiasme belandt Pieter in de goal. Het schot van Nico wordt gepareerd door de doelman, maar den Beuk heeft de rebound en tikt binnen terwijl Pieter stil staat in het doel. Staat Pieter buitenspel?
  4. De Jerre is weer moe en blijft wat hangen in buitenspelpositie. Dieter onderschept de bal in het midden en wil passen naar links, waar Raf vrij staat (niet in buitenspel overigens). Fred Kroket van Scouts Testelt zit er echter tussen en door zijn interferentie komt de bal bij Jerre die doorgaat en scoort. Moet de scheids buitenspel fluiten?
  5. Vaak worden filmpjes gebruikt van reële situaties om de scheidsrechters op te leiden. Hier vindt u een leuk voorbeeld dat een versie weergeeft van vraag 1. Speel het filmpje af en druk op pauze zodra de bal in doel gegaan is... buitenspel of niet? Druk terug op Play en u ziet het antwoord. De uitleg bevindt zich eveneens onder de figuren.

Een tweede hekel punt zit ‘m uiteraard in de woorden ‘level with the second latest opponent’ en ‘at the moment the ball is touched or played’. De lijnrechters moeten kunnen uitmaken welke speler zich het meest naar het doel bevindt op het ogenblik dat de pass vertrekt, ook al wordt die pass verstuurd van bijvoorbeeld 70m van de plaats van onheil... bovendien is ‘op gelijke hoogte staan’ niet uniek gedefinieerd. In scheidsrechteropleidingen wijst men erop niet op de armen of de benen te letten, maar op de torso’s van de spelers... begin er maar aan.

Het is duidelijk dat gezien de aard van de buitenspelregel terecht de vraag kan worden gesteld of correct buitenspel vlaggen wel mogelijk is... betreffende hekel punt nummer één is het duidelijk dat sommige situaties altijd voor discussie vatbaar zijn en men dus moeilijk voor iedereen juist kan vlaggen. Een antwoord betreffende het tweede hekel punt vindt u in sectie c.

c) Onderzoek naar fout vlaggen van buitenspel

De Nederlander Oudejans haalde het gerenommeerde tijdschrift Nature met een artikel over dit onderwerp: "Errors in judging 'offside' in football". We geven de bevindingen hier kort weer.

Het is duidelijk dat een simpele afwijking van de juiste lijn vanwege de lijnrechter tot een foute beslissing kan leiden (zie figuur 2). Het onderzoek wou dus nagaan in hoeverre de lijnrechter de situatie juist ‘ziet’ vanuit zijn standpunt.

Drie professionele lijnrechters werden onderworpen aan een ‘vlaggetest’ tijdens een wedstrijd. Er deden zich in totaal 200 buitenspelsituaties voor. Maar liefst 40 van de 200 beslissingen waren foutief! Men maakt hierbij onderscheid tussen ‘Flag errors(FE)’ d.i. wanneer men onterecht vlagt, en ‘No-flag Errors(NFE)’, d.i. wanneer men onterecht niet vlagt. Drie belangrijke conclusies kunnen worden genomen:

  • Er gebeuren veel meer fouten ver weg van de lijnrechter dan dichtbij: 26 tegen 14.
  • Het aantal FE’s is vooral veel groter ver weg (23 ver weg vs 3 dichtbij). Dit is te wijten aan het feit weergegeven in figuur 2. In 179 gevallen van de 200 bevond de lijnrechter zich immers iets voorbij de laatste verdediger. In situaties dichtbij de lijnrechter zal de lijnrechter eerder de aanvaller bevoordelen (NFE) tenzij deze binnendoor gaat (situaties dichtbij: 3 FE’s vs 9 NFE’s!). Vermits een principe van de FIFA is dat FE’s erger zijn dan NFE’s blijkt uit deze twee feiten dat het best is dat de lijnrechter zo dicht mogelijk bij de situatie staat.
  • De fouten van de lijnrechters zijn niet te wijten aan het gelijkertijd in het oog moeten houden van vertrekkende pass en spelers op de buitenspellijn – dit werd getest door situaties op te nemen waarin niet moest gelet worden op wanneer de pass vertrekt. We komen hier verder in sectie e nog op terug wanneer het gaat over de invloed van het publiek.

De conclusie is dus dat zelfs de beste lijnrechters omwille van de projecties op ons netvlies nooit correct zullen kunnen vlaggen. Dit is uiteraard een enorm argument voor de voorstanders van gebruik van technologische hulpmiddelen voor scheidsrechters, waarover meer in sectie d.

d) Discussie rond technologie

De moeilijkheid van de buitenspelregel, de sowieso al zware taak van de scheidsrechters en de moderne technologische ontwikkelingen (sommige wedstrijden worden door meer dan 20 camera’s gevolgd; op het laatste WK typisch 24 per wedstrijd), hebben geleid tot de vraag of de scheidsrechterlijke taak niet beter zou ondersteund worden door een portie elektronica. Hiernaar is ook reeds onderzoek gebeurd (o.a. bij DATA4s, spin off van de KU Leuven) en er zijn al ettelijke voorstellen geformuleerd naar de FIFA toe. Deze staat echter zeer sceptisch ten aanzien van zulke ontwikkelingen en ziet meer heil in ingrepen als het invoeren van een vierde official (reeds gebeurd) en het opstellen van twee veldscheidsrechters (tests bezig sinds 2000, o.a. in Maleisië, Egypte, USA, Brazilië en Italië).

Elektronicatechnologie kan op verscheidene manieren worden aangewend. Enkele voorbeelden:

  • radiocontact tussen de scheids, de lijnrechters en anderen naast het veld(scheidsrechters in de tribune)
  • het stilleggen van een wedstrijd om via beelden geschoten van de juiste invalshoek de scheidsrechter een beslissing te laten nemen.
  • het gebruik van een zendertje in de bal gecombineerd met sensoren bv. op de doellijn (o.a. reeds ontwikkeld door Intelligent Systems Ltd).

Sinds kort gebruiken de lijnrechters vlaggenstokken met een alarmsignaal dat doorgegeven wordt aan de scheids zodat de scheidsrechters op de hoogte worden gebracht indien hem iets ontgaat (project begonnen in 1996 - in de Engelse Premier League wordt dit systeem getest en gebruikt sinds 1999). Drastischere ingrepen moeten echter voorlopig niet verwacht worden, aldus Blatter, de FIFA-preses, ook al gaat het vaak om reeds ontwikkelde technologie. De voornaamste reden die hij aanhaalt is dat zo het spontane karakter samen met de menselijke inbreng verdwijnt, terwijl dat nu juist voetbal zo populair maakt. Het draait dus vooral om emotionele redenen. Andere nadelen zijn het feit dat niet alle wedstrijden aldus op dezelfde manier zullen worden geleid (in pakweg Ghana of bij FC VILv zal men niet zo snel op beelden kunnen bogen dan voor een CL-finale) en dat het de dynamiek uit het spel haalt wanneer beslist wordt partijen echt te onderbreken om af te gaan op hulp van de beelden.

Meer en meer gaan echter stemmen op om toch voor bepaalde doeleinden, zoals twijfel bij een doelpunt (is de bal ja dan neen over de doellijn geweest?), elektronische hulp aan te wenden. De voorstanders hiervan gebruiken als voornaamste argument dat er vaak teveel op het spel staat om cruciale beslissingen alleen aan de scheids over te laten. Feyenoord-voorzitter Jorien van den Herik is zo’n fervent voorstander van het gebruik van beelden. Na een ‘schwalbe’ van Machlas in de wedstrijd tegen Ajax, is hij zelfs begonnen met een campagne om meer technologie te gebruiken in het hedendaagse voetbal: "De FIFA bedrijft politiek. Zij weet dat sommige landen het niet kunnen betalen een dergelijke maatregel in te voeren. Dus kost het stemmen voor meneer Blatter en gebeurt het niet. Ik vind dat mismanagement van de eerste orde en misschien moet daartegen ook eens iets worden gedaan. Alle middelen zijn er, maar er wordt geen gebruik van gemaakt. Ik zal me in zo'n geval op de KNVB richten. Die zoekt het dan vervolgens maar hogerop."

Het is natuurlijk een feit dat de technologie in deze eeuw in een stadium is gekomen dat zij effectief voor deze doeleinden kan worden gebruikt - bemerk dat er over de WK-finale van ’66 tussen Engeland en Duitsland nog steeds onderzoek gebeurt naar de geldigheid van het derde Engelse doelpunt; Engeland won met 4-2 na verlengingen, maar het derde doelpunt was een teruggekaatste bal vanop de deklat die al dan niet over de lijn ging – met de toendertijd geschoten beelden komt men er zelfs nu nog niet uit. Het laatste woord is over deze discussie in elk geval nog niet gezegd.

e) Onderzoek naar invloeden op de scheidsrechters

Tenslotte is het ook vermeldenswaard dat vanuit een meer psychologische invalshoek naar de positie van scheidsrechters wordt gekeken en dit ook kan leiden tot inzichten pro of contra gebruik van hulpmiddelen, en vooral tot inzichten in hoe scheidsrechters op te leiden en hoe bekwame scheidsrechters te onderscheiden van minder bekwame. Zo bestaan er heel wat artikels over de invloed van het karakter, de motivatie en het zelfvertrouwen van de scheids op zijn prestaties - zie bv.http://cpa.uwic.ac.uk/pages/research7.htm, een interessant artikel waarin het concept ‘self-efficacy’ van een persoon wordt uitgelegd en welke factoren buiten een wedstrijd invloed hebben op deze ‘self-efficacy’ van een referee, zoals het doel dat een scheidsrechter zich voor ogen stelt bij zijn taak, maar bijvoorbeeld ook de fysiologische toestand van de scheids vlak voor de match (stress, vermoeidheid,...).

Ook factoren in de match kunnen de scheidsrechter beïnvloeden. Niet alleen de communicatie met de spelers en het duidelijk maken van de hiërarchie op het veld (de scheids is de baas) spelen hier mee, maar bijvoorbeeld ook het publiek speelt hierin een belangrijke rol - zie hiervoor o.a. http://www.referee.com/sampleArticles/2001/SampleArticle0101/observations/ , en dan vooral het eerste artikel ‘The Official reacting to pressure’. Al gaat deze artikelenreeks over baseball en basketball, de resultaten zijn meestal volledig analoog aan voetbal. Een voorbeeld: in het verleden heeft men tests gedaan waarbij men beelden laat zien van situaties aan 2 groepen scheidsrechters die meteen een beslissing moeten nemen (als stonden zij op het veld) op basis van de getoonde beelden. Aan de ene groep toont men beelden zonder geluid, aan de andere met het geluid van de supporters. Er was wel degelijk een zeer representatief verschil tussen de beslissingen genomen door de ene groep en beslissingen door de andere groep (sorry, ik vind de juiste resultaten van het experiment momenteel niet terug, nvdr). Ander voorbeeld: een groep onderzoekers uit Chicago toonde aan dat Spaanse scheidsrechters meer extra tijd toekennen wanneer de thuisploeg achterstaat (Garicano et al.: Favoritism under social pressure).

Buitenspel is nu net zo’n regel waar de ‘beslissing’ van iemand in het publiek en dus ook heel het publiek, nochtans zeer vaak zal afwijken van die van de lijnrechter. Niet alleen staat het grootste deel van het publiek op een totaal verkeerde plaats om buitenspel in te schatten, bovendien ziet het publiek niet hetzelfde verloop als een lijnrechter: een pass wordt verstuurd en dan pas gaat het publiek zien waar die pass naartoe gaat en of de betreffende speler buitenspel staat. Lijnrechters werken beter(zie ook sectie c): zij houden ‘constant’ in het oog of iemand zich offside bevindt en proberen intussen ook te letten op de bal (vertrekt er een pass?), wat gegeven het reglement een veel betere methode is. Het is duidelijk dat dit soms ook voor de lijnrechter niet lukt, bv. wanneer de bal zich in de buurt van de zijlijn bevindt en de lijnrechter dus ook vooral de bal in het oog moet houden. Voorts heeft de lijnrechter het nadeel zich te moeten verplaatsen om het spel goed te volgen en dus vaak ‘in beweging’ en vanop een foute plaats zijn beslissingen moet nemen, wat de zaak wel bemoeilijkt, cfr eveneens sectie c.

Conclusie: Vooral door de toenemende financiële belangen van sommige voetbalwedstrijden, lijkt het uitgesloten dat elektronische hulpmiddelen nooit hun inbreng zullen kennen. Meestal zijn trouwens de clubs vragende partij en zijn het de FIFA en scheidsrechterverenigingen die tegen zijn. De intrede van zulke technologie zal daardoor allicht wel nog enige tijd op zich laten wachten! De buitenspelregel is daarenboven van dien aard dat de scheids- en lijnrechters zonder hulpmiddelen geen 100% juiste beslissing kunnen nemen.

Wel zal buitenspel steeds ergens een subjectieve regel zijn: gaat het om positiebuitenspel of niet? Op vlak van reglementering echter heeft de buitenspelregel een stadium bereikt waar van elke situatie redelijk objectief kan gezegd worden of er buitenspel is of niet. Rekening houdende met de invloed van het publiek, stress en andere factoren op het gedrag van een scheids, is het duidelijk dat buitenspelbeslissingen toch steeds persoonsafhankelijk zullen zijn en dat de discussie over bepaalde buitenspelgevallen sowieso steeds zal blijven woeden. En maar goed ook.


Fig 1: Law 11 van het FIFA-reglement, editie 2002


Fig 2: Als de grensrechter zich niet op de hoogte van de laatste spelers bevindt, is een buitenspelbeslissing vaak foutief.

Antwoorden op de vragen over buitenspel.

  1. ja, er staat ‘touches’ in Law 11, bewust of onbewust doet niet ter zake
  2. nee, dit wordt gezien als een ‘ungentlemanly conduct’, het spel gaat door en de verdediger krijgt achteraf een waarschuwing (merk op dat dit dus niet valt onder Law 11)
  3. nee, geen interferentie – als Pieter storend werkt door te roepen of de keeper te hinderen of op enige manier het spel te beïnvloeden, wordt er wel geblazen
  4. ja, op het moment dat Dieter de bal speelt, staat Jerre in een buitenspelpositie en hij haalt voordeel uit die positie – merk op dat hoe de pass naar Raf gebeurt (bv. achterwaarts) niet meetelt volgens Law 11, Jerre staat sowieso in buitenspelpositie wanneer Dieter de bal speelt. MAAR... Over deze regel is veel commotie, de aanvallende ploeg kan immers argumenteren dat Jerre niet deelnam aan de betreffende actie. Een betere situatie om dit uit te leggen is de volgende: als Dieter op goal trapt en Jerre staat buitenspel, en de bal komt terug van de paal en Jerre scoort, zal de scheids steeds offside dienen te fluiten. Komt de bal terug van de keeper ipv van de paal, is de situatie voor interpretatie vatbaar. Het FIFA-advies is: steeds buitenspel. Sommige scheidsrechters zullen nu soms geen offside fluiten, omdat Jerre niet interfereerde bij het schot van Dieter en het de schuld van de keeper is dat Jerre de bal krijgt. Volgens deze redenering is het antwoord op bovenstaande vraag dus ‘nee’ – het verschil in interpretatie ligt erin dat de bal door de tegenstrever echt wordt ‘ingespeeld’(want op een inspelen van de tegenstrever is er nooit buitenspel) of enkel wordt ‘afgeweken’.
  5. De lijnrechter vlagt terecht. De situatie is dezelfde als in vraag 1. Sommigen denken misschien dat het achteruit gaan van de bal betekent dat er geen offside is. Dat is fout! De speler staat volgens Law11 in buitenspelpositie wanneer zijn medemaat de bal op de knie krijgt van de keeper. Hij komt dan terug om te scoren, maar helaas, dat mag niet, ook al gaat de bal zelf achteruit – straffer nog: de speler staat nog steeds offside, je kan enkel terug onside komen zodra de bal beroerd wordt door een medemaat of opponent, of uit het spel gaat.